Droogteproblematiek Bolivia: ‘Zaadjes voor verandering op de juiste plaatsen planten’

Wybrand van Ellen is via DSS water voor een periode van 3 weken uitgezonden naar Bolivia. Hij werkt daar als hydrologisch expert voor UNOCHA, om het land te helpen bij de droogteproblematiek. Het is de eerste inzet van Wybrand via DSS water bij noodhulp op verzoek van een internationale hulporganisatie. In zijn blog geeft hij een update van zijn missie.

‘Op 8 september, om 4 uur ´s nachts kwam ik met mijn Engelse counterpart Andy aan in ons hotel in La Paz. Dankzij de jetlag was ik om 6 uur klaarwakker. Tijd genoeg nog om nog eens alle documentatie door te nemen om te achterhalen wat we eigenlijk geacht werden te doen. De eisen voor uitzending waren geweest: geohydrologische opleiding, de Spaanse taal beheersen en per direct beschikbaar zijn. Het doel was de regering te ondersteunen bij het uitvoeren van diepe boringen en bij het bedenken van oplossingen voor de droogteproblematiek. Andy en ik hadden beiden het idee dat we ons op basis van deze informatie niet goed hadden kunnen voorbereiden op de missie.
Tijdens de eerste vergaderingen diezelfde dag krijgen we gelukkig duidelijkheid: al jarenlang kampt Bolivia tijdens de droge periode (april – september) met hevige droogtes in sommige delen van het land. De oplossing wordt vrijwel direct gezocht in het plaatsen van nieuwe putten. Men wil nu structurele maatregelen formuleren en uitvoeren. Daarnaast bestaat onze opdracht eruit om de kwaliteit van het veldwerk dat vooraf gaat aan de daadwerkelijke boringen te beoordelen.

Inmiddels zijn we ruim een week aan het werk en hebben we gesproken met vertegenwoordigers van verschillende ministeries, de VN en de EU en daarnaast met talloze experts van water-gerelateerde instellingen. Ook hebben we één dag gekeken naar hoe men hier geofysische prospectiemethoden toepast en een boring uitvoert.

dss_water_boliviagroepsfotoHet is nog te vroeg om met definitieve conclusies te komen –we zitten hier nog tot 28 september-, maar het lijkt er sterk op dat er verschillende problemen spelen:
• Het is een feit dat er niet heel veel neerslag valt in de twee gebieden die wij onderzoeken (Cochabamba in centraal Bolivia en los Chacos in het zuidoosten, tegen de grens met Paraguay aan), maar de negatieve effecten hiervan worden versterkt door het feit dat men, in plaats van het controleren van de huidige watervoorzieningssystemen (werkt de pomp nog goed, zijn er wellicht lekkages?) direct denkt aan het plaatsen van nieuwe putten, soms op slechts enkele meters van al bestaande putten.

• Een ander probleem is dat men geen enkel gebruik maakt van de weinige data die voorhanden zijn. Kort door de bocht gesteld is de volgende cyclus te onderscheiden: er is sprake van een watertekort, men wil meer water, wil dus een nieuwe put en deze moet het liefst zo dicht mogelijk bij een dorp worden geplaatst. De (hydro)geologische omstandigheden worden over het algemeen niet meegenomen bij de besluitvorming. Vervolgens wordt een zo diep mogelijke put geboord waarin een zo krachtig mogelijke pomp wordt gehangen. En dan maar pompen tot het debiet afneemt of de kwaliteit onvoldoende wordt. Dan begint de cyclus opnieuw. Op vrijwel alle niveaus, van ministerie tot boorploegen, lijkt men fragmentarisch werken te prefereren boven het helpen opzetten van een (geo)hydrologische database. Men is niet bovenmatig geïnteresseerd in het vergroten van de kennis over de opbouw van de ondergrond; slechts mondjesmaat wordt een lithologische beschrijving opgeleverd na afloop van de boring. Het enige dat telt is: heeft de boring geresulteerd in water, ja of nee. Men is niet geïnteresseerd in wat voor andere data dan ook.

• Debet aan de problematiek is ook de manier waarop men omgaat met watervraag en -aanbod. Is het in onze ogen een normale gang van zaken het wateraanbod af te stemmen op de vraag, in Bolivia is het gebruikelijker een bepaald streefdebiet op te leggen (het is lastig te achterhalen wie verantwoordelijk is voor het in de booropdrachten genoemde debiet), zonder te kijken naar hoeveel water er eigenlijk nodig is in een gemeente. Het grondwaterbeheer is niet gericht op een duurzaam gebruik van de put, en dus van de aquifer, maar op de maximalisering van het debiet.

• Ook zijn er institutionele problemen: het lijkt erop dat de Ministeries van Defensie en van Milieu en Water en de Geologische Dienst onvoldoende samen zoeken naar oplossingen voor de droogte. Het plaatsen van de boringen valt onder de werkzaamheden van COFADENA, (Corporation of Armed Forces for National Development), terwijl het bureauwerk wordt uitgevoerd oor VIDECI (Vice Ministry of Civil Defence). COFADEA voert, zoals het militairen betaamt, het contract tot op de letter uit. Staat er dat er 5 boringen moeten komen, elk tot 160 m, dan zal dat ook gebeuren. Ook als één enkele put tot bijvoorbeeld 100 m al meer dan genoeg water kan leveren voor een dorp. Terugkoppeling met VIDECI vindt niet plaats.

Onvoldoende (geo)hydrologische voorbereiding, onvoldoende communicatie zorgt er zo voor dat veel geld verspild wordt. Door op deze manier te blijven werken blijft het zoeken naar grondwater een loterij: soms heb je geluk en soms niet.
Er zal nog heel wat water door de Rijn moeten stromen voor deze manier van werken verandert. Bij ministeries, bij commerciële boormaatschappijen maar ook al tijdens de studie op de universiteit moet het besef worden bijgebracht dat men structureel verkeerd bezig is. Aan ons de taak om de zaadjes voor verandering op de juiste plaatsen te planten.

dss_bolivia_thee_webHet vliegveld van La Paz ligt op meer dan 4.000 m hoogte, La Paz zelf ligt zo’n 500 m lager. De eerste dagen hadden we beiden last van de hoogte, ondanks inname van speciale pilletjes en het drinken van vele mokken coca-thee, dat de zuurstofopname zou vergroten. Het tekort aan zuurstof geeft je de hele dag het idee dat je net op volle kracht een halve marathon hebt gelopen. De eerste dag moest ik een simpele actie als even een trap van 20 treden oprennen bekopen met minstens een minuut uitgeput hijgen. Inmiddels zijn we gewend, ik kijk ernaar uit om de effecten van deze hoogtestage te ondervinden als ik straks in Spanje weer op de racefiets zit.’

 

Meer blogs
Lees ook de blog van expert Geert Kroon: ‘Een maand in Angola’

20 Sep 2016|